Nieuws NETWERK VERPLEEGKUNDE
Terug

Weerbaarder worden in een omgeving van toenemende dreiging

Inzichten studiedag crisisparaatheid

Een paraat en veerkrachtig zorgsysteem vraagt voorbereiding. Tijdens een studiedag over crisisparaatheid in de zorg werd nagedacht over zorglijnen, noodhospitalen, personeelsreserves en grensoverschrijdende samenwerking. De uitdaging: een zorgsysteem uitbouwen dat stijgende dreigingen kan opvangen en zorgcontinuïteit garandeert. “Ook in noodplanning focussen we wellicht te veel op de voorbije crisis en te weinig op andere mogelijke noodsituaties", zei Marc Van Bouwelen. We zetten de vatten de studiedag kort voor je samen.

De zorg als verdedigingslinie | A. Van der Auwera

De NAVO en de bredere geopolitieke context vragen een continue adaptatie van onze samenleving en dus ook van onze zorgsector. Daarbij speelt onder meer de impact van Deterrence and Defence of the Euro-Atlantic Area en de strategische positionering aan de oostflank van het NAVO-bondgenootschap.

Tegelijk groeit de impact van hybride dreigingen: cyberaanvallen, desinformatie, langdurige stroomuitval en mogelijke grote patiëntstromen vanuit conflictgebieden in het oosten van Europa of dichter bij huis. Ook directe aanvallen in onze eigen omgeving kunnen niet uitgesloten worden. Door de aanwezigheid van havens, luchtverdediging en NAVO-infrastructuur is ons land in dat opzicht gericht kwetsbaar.

Ook de oorlogspathologie verandert ingrijpend. Nieuwe technologieën, zoals drones, leiden tot nieuwe types letsels en ziektebeelden. Medische zorgverleners en zorginstallaties worden bovendien steeds vaker geviseerd en belaagd, ondanks internationale conventies.

Deze evoluties impliceren nieuwe voorwaarden voor het continuüm van zorg: van eerste opvang en stabilisatie tot tactical MEDEVAC, noodhospitalen en gespecialiseerde zorg (role 4), gevolgd door revalidatie en eventuele terugkeer naar inzetbaarheid.

De vergelijking tussen de oorlog in Afghanistan en de huidige oorlog in Oekraïne toont duidelijke verschillen: meer gewonden, complexere transportvraagstukken, langere evacuatietijden en grotere medische zorgnoden. Evacuaties verlopen moeilijker en opvangstructuren moeten vaker ondergronds georganiseerd worden. Ook praktische vragen, zoals de indicatie en het tijdig aanleggen van een tourniquet, krijgen opnieuw aandacht.

Binnen het concept van nationale resilience, zoals onder meer gedefinieerd door de NAVO en NCCN, gaat het om veel meer dan enkel militaire paraatheid. Het omvat onder meer de continuïteit van regeringen en essentiële diensten, weerbare communicatiesystemen, robuuste energievoorziening, veerkrachtige transportsystemen en het omgaan met ongecontroleerde verplaatsingen van personen. Daarnaast spelen ook de weerbaarheid van de financiële sector, de voedsel- en watervoorziening, het maatschappelijk en economisch potentieel en een zorgsysteem dat kan omgaan met catastrofale massaslachtoffers een cruciale rol. 

Veerkrachtige zorgverleners | Prof. M. Sabbe

Willen we zorgverleners paraat, veerkrachtig en weerbaar maken en houden, dan vraagt dit ook aandacht voor de veiligheid van hun gezin en van de mensen die achterblijven. Individuele voorbereiding komt daarbij bovenop de collectieve organisatie.

Het veiligheidsrisico moet correct gesitueerd worden en maatschappelijke destabilisatie moet beter gecounterd worden. Elementaire voorzieningen zoals elektriciteit, verwarming, licht en voeding blijven daarbij essentieel.

Daarnaast is het belangrijk dat zorgverleners werken aan een persoonlijk familiaal noodplan, hun persoonlijke uitrusting en thuissituatie optimaliseren, en beschikken over een transparant en toegankelijk beschikbare GO-bag (vluchttas). Ook een beperkte cashreserve kan deel uitmaken van individuele voorbereiding.

Tegelijk rijzen belangrijke ethische vragen. Hoe verhouden individuele en collectieve ethiek zich in crisissituaties? Hoe wegen we utilitarisme tegenover principiële ethiek? En hoe kaderen we capaciteitsdilemma’s wanneer de zorg zwaar onder druk komt te staan? Wat als Belgische ziekenhuizen bijvoorbeeld dagelijks 144 bijkomende oorlogsslachtoffers moeten opvangen?

Aanpassen aan een VUCA-omgeving | Jan Vaes

Zorgverlening in een context van toenemende dreigingen vraagt adaptatie. We opereren immers in een VUCA-omgeving: veranderlijk, onzeker, complex en ambigu. 
Dat vraagt ook in de zorg een meer proactieve en soms assertievere benadering. Internationale concepten zoals TC³ (Tactical Combat Casualty Care), TECC, MARCHE, CBRNe (met onder meer een chemische focus) en MCM Hasty worden daarbij steeds relevanter.

In crisissituaties, waar een tekort aan gecertificeerde zorgverleners kan ontstaan, zal het soms noodzakelijk zijn om de strikte handelingsbevoegdheden per beroepsgroep tijdelijk te verruimen en ook minder ervaren zorgverleners in te schakelen. Tegelijk vraagt dit een herorganisatie van onze structuren en een consequenter, kleinschalig oefenbeleid. 

Strategische continuïteit | Petra Crijns

Hoe maken we dat zorgverlening ook tijdens crisissen kan blijven doorgaan? Strategische continuïteit wordt daarbij soms gezien als een noodzakelijk maar complex onderdeel van organisatiebeleid. 

Een belangrijk knelpunt blijft het acute personeelstekort, boven op de chronische tekorten die al langer bestaan en steeds ingrijpender worden. De boodschap blijft echter: be prepared, not scared. Een goed uitgebouwd noodplanningsteam binnen zorgorganisaties is daarbij essentieel. Dat vraagt een voldoende gefaciliteerd en multidisciplinair team, een duidelijke minimale permanentie en een ruimere pool van referenten noodplanning over verschillende diensten heen.

Daarbij horen ook consequente alarmeringsprocedures, regelmatige oefeningen en duidelijke opschalingsmechanismen. Daarnaast blijven ook praktische aandachtspunten cruciaal: communicatie, reservevoorraden en de beschikbaarheid van essentiële infrastructuur zoals telefonie, buizenpost, elektriciteit, evacuatievoorzieningen, drinkwater en ICT-systemen zoals het elektronisch patiëntendossier.

Civiel-militaire verwachtingen | Wouter Jetten

De verwachtingen vanuit civiel-militaire samenwerking – in het bijzonder vanuit de NAVO – richting onze zorginstellingen nemen toe. Door het afbouwen van structuren uit de Koude Oorlog zijn in de voorbije decennia veel voorzieningen verdwenen. Vandaag worden we daardoor geconfronteerd met een duidelijke wake-upcall.

Tegelijk worden zorgverleners en zorginstellingen steeds vaker doelwit als onderdeel van kritieke infrastructuur. De conventies van Genève blijken in de praktijk steeds minder bescherming te bieden. De aard van verwondingen verandert en wordt vaak ernstiger. Evacuaties verlopen moeilijker en nemen meer tijd in beslag. Dat betekent dat beschikbare zorgverleners – zeker met specifieke opleiding en ervaring – schaars worden, waardoor ook minder ervaren hulpverleners sneller ingezet moeten worden. 

Defensie zal in crisissituaties in belangrijke mate moeten rekenen op civiele medische ondersteuning. Civiel-militaire samenwerking wordt daardoor, zeker in de zorgsector, belangrijker dan ooit. Systemen zoals generic NATO patient flow management moeten daarom sneller uitgerold worden, in functie van vooraf berekende opvangcapaciteiten.


Minder acute zorg niet vergeten | Rudy De Win, Wim Laporte, Hendrik Van Gansbeke, Patrick Steensels, Stijn Vanholle, Gwen Pollaris

Ook de minder acute zorg – zoals thuiszorg en woonzorgcentra – verdient meer aandacht binnen crisisplanning. Hoewel deze sector minder zichtbaar is in noodplanning, blijft ze essentieel. Daarbij spelen vragen rond back-upregelingen bij personeelstekorten, ook voor kleine zelfstandige groepen thuisverpleegkundigen. Voor woonzorgcentra zijn oefeningen vaak minder evident, maar daarom niet minder noodzakelijk.

Ook infrastructuur blijft een aandachtspunt: stroomvoorziening, maar ook de noodzaak van back-ups voor patiëntendossiers. Wanneer elektronische dossiers uitvallen, moet een papieren patiëntendossier (PPD) beschikbaar blijven. Daarnaast blijven er knelpunten bestaan in de doorstroom van patiëntgegevens vanuit zorginstellingen naar thuiszorg. Ook logistieke vraagstukken, zoals strategische voorraden en voorraadbeheer, verdienen aandacht.

Noodhospitalen | Geert Berden

De vraag rijst of we opnieuw meer moeten investeren in civiele, decentrale noodhospitalen. Internationaal groeit hiervoor de aandacht, zeker in het licht van CBRNe-dreigingen en de uitbreiding van gewapende conflicten. Zorginstellingen worden immers steeds vaker gezien als kritieke infrastructuur en dus ook als mogelijk doelwit. Tegelijk neemt de ziekenhuiscapaciteit op sommige plaatsen af. Daarom wordt onderzocht of per regio en per zorgnetwerk een combinatie van vaste en mobiele noodcapaciteit mogelijk is. Traditioneel werd hiervoor gebruikgemaakt van tentstructuren, later ook van containeropstellingen. Vandaag komen daarnaast ook alternatieven in beeld, zoals publieke gebouwen, kelders en ondergrondse parkings. Daarbij moeten uiteraard strikte voorwaarden worden afgewogen.

Reserve-eenheid paraatheid | Stijn Vanholle

De Vlaamse overheid werkt momenteel aan de Reserve-Eenheid Paraatheid (REP): een oproepbare groep vrijwilligers uit de zorgsector. Dit initiatief gebeurt in samenwerking met het Rode Kruis Vlaanderen. In een volgende fase hoopt men 100 tot 300 vrijwilligers te recruteren en te formeren. Een goede registratie van zorgverleners is daarbij belangrijk om hun inzetbaarheid correct in kaart te brengen. Ook in Nederland bestaat een gelijkaardig initiatief met de Nationale Zorgreserve

Rol van vrijwilligers | Steven Vermeeren

Vrijwilligers kunnen eveneens een waardevolle bijdrage leveren aan noodplanning binnen de zorg. Het gaat daarbij om duidelijk afgebakende taken, zonder afbreuk te doen aan de professionele zorgverlening. Deze inzet gebeurt onbezoldigd en vraaggestuurd, vaak in het kader van spontane burgerhulp. Zelfredzaamheid betekent immers ook samenredzaamheid. Het gaat daarbij om opgeleide crisisvrijwilligers, met een mogelijke doelgroep van 10 tot 80 vrijwilligers per gemeente, georganiseerd in heterogene teams.

Terrorisme en medische voorbereiding | Dr. Harald De Cauwer

De stijgende dreiging van terrorisme blijft hoog op de agenda staan. In dat kader wint Counter Terrorism Medicine (CTM) internationaal aan belang.
Ook in België zijn er initiatieven waarbij artsen en verpleegkundigen zich specifiek op deze problematiek richten. Tegelijk wordt de zorgsector zelf steeds vaker geviseerd als doelwit. Daarom is ook aandacht nodig voor risico’s zoals secundaire aanvallen en radicalisering. Publicaties zoals het tijdschrift van Aspis Medical bieden hierover relevante informatie. Opleidingen voor zorgverleners moeten deze thema’s daarom steeds meer integreren.

Samenwerking in grensregio’s | Giulia Stroink

In grensregio’s blijft afstemming en samenwerking bijzonder belangrijk. Binnen de Euregio Maas-Rijn wordt gewerkt aan een geïntegreerde aanpak via initiatieven zoals EUMED en EMRIC. Daarbij ligt de focus op juridische en contractuele afspraken, communicatie, samenwerking en opleiding (OTO – opleiden, trainen en oefenen). Deze samenwerking moet verder worden bestendigd en versterkt. 

Crisisparaatheid in opleidingen | Cindy Heremans

Ook in verpleegkundige opleidingen moet noodplanning en crisisparaatheid steeds meer geïntegreerd worden. Binnen de opleiding van gespecialiseerde verpleegkundigen spoedgevallen worden al belangrijke stappen gezet. Toch blijft verdere afstemming en uitwisseling noodzakelijk om deze thema’s breder te verankeren in de opleidingen.