Ontwerp K.B. - De positie van de basisverpleegkundige vrijwaren
Delegeerbare handelingen binnen gestructureerde zorgteam
Het ontwerp van Koninklijk Besluit inzake de delegeerbare handelingen binnen de gestructureerde zorgteam volgt in grote mate het advies van de Federale Raad voor Verpleegkunde (FRV/2025/ADVIES-03), waarvoor wij onze waardering uitdrukken. In dit advies wordt expliciet aanbevolen om de handelingen voor basisverpleegkundigen niet uit te breiden buiten de handelingen die reeds wettelijk zijn voorzien in het Koninklijk Besluit van 20 september 2023. Deze aanbeveling heeft tot doel de logica van de functiedifferentiatie binnen de verpleegkundige zorgladder te respecteren.
Vanuit het perspectief van de basisverpleegkundigen is het essentieel dat deze lijn wordt aangehouden. Bij de bepaling van de handelingen in het ontwerp-K.B. moet daarom uitgegaan worden van het Koninklijk Besluit van 20 september 2023, dat de bevoegdheden van de basisverpleegkundige vastlegt, en niet van het Koninklijk Besluit van 18 juni 1990 met de lijst van handelingen van de verpleegkundige algemene zorgen (VVAZ).
NETWERK VERPLEEGKUNDE vraagt dan ook expliciet dat de handelingen die binnen een gestructureerd zorgteam kunnen worden gedelegeerd aan andere gezondheidszorgberoepen – waaronder basisverpleegkundigen – in overeenstemming blijven met de huidige bevoegdheden van de basisverpleegkundige.
Deze beperking is noodzakelijk om een duidelijk onderscheid te behouden tussen de verschillende verpleegkundige functies en de attractiviteit van de 3-jarige opleiding en functie van basisverpleegkundige aan zich te vrijwaren. De basisverpleegkundige beschikt immers over zowel B1- als B2-handelingen. Terwijl B1-handelingen ook in bepaalde omstandigheden door andere zorgprofessionals zouden kunnen worden uitgevoerd, zijn B2-handelingen voorbehouden aan de basisverpleegkundige en de VVAZ. Het behoud van dit onderscheid is cruciaal om de professionele eigenheid, verantwoordelijkheid en aantrekkelijkheid van het beroep van basisverpleegkundige te vrijwaren.
Indien daarentegen alle B1-handelingen van de VVAZ zouden kunnen worden gedelegeerd aan andere gezondheidszorgberoepen, zou dit impliciet leiden tot een uitbreiding van de lijst van handelingen van de basisverpleegkundige. Dit was echter nooit het oorspronkelijke doel van het concept van het gestructureerde zorgteam.
Binnen dit gestructureerde zorgteam kan het verpleegkundig voorschrift een waardevol instrument vormen. In zeer specifieke situaties kan het toelaten dat handelingen die vandaag B2-handelingen zijn voor de basisverpleegkundige, maar B1-handelingen voor de VVAZ, door de basisverpleegkundige worden uitgevoerd op basis van een verpleegkundig voorschrift van de VVAZ. Dit kan bijvoorbeeld bijzonder relevant zijn in de eerstelijnszorg. Vandaag is voor bepaalde handelingen nog een medisch voorschrift nodig, terwijl de VVAZ deze autonoom kan uitvoeren. In de praktijk is de huisarts vaak de voorschrijvende arts, maar die is niet altijd onmiddellijk bereikbaar. Hierdoor kan de organisatie van zorg onnodig complex worden.
Algemeen besluit en expliciete vraag NETWERK VERPLEEGKUNDE
- Vanuit deze overwegingen is het essentieel dat de regelgeving de positie van de basisverpleegkundige beschermt en versterkt. Een duidelijke afbakening van bevoegdheden draagt niet alleen bij tot professionele duidelijkheid en attractiviteit, maar ook tot de kwaliteit, veiligheid en organisatie van de zorg.
- In de toekomst kan samen met de basisverpleegkundigen worden geëvalueerd of en voor welke handelingen een eventuele uitbreiding van het K.B. van 2023 wenselijk is. Een dergelijke evolutie moet echter zorgvuldig en in overleg gebeuren, met respect voor de rol, competenties en professionele identiteit van de basisverpleegkundige.
Even alles op een rijtje, waarover gaat het nu weer precies?
