Meer dan ‘horrorstages’ in de verpleegkunde
Open brief
De afgelopen maanden verschenen opnieuw berichten in de media over zogenoemde ‘horrorstages’ in de verpleegkunde. Die verhalen leggen een link tussen negatieve stage-ervaringen en de daling van het aantal jonge verpleegkundigen in de zorg. Hoewel stagekwaliteit zonder twijfel een belangrijk aandachtspunt is, dreigt deze eenzijdige framing het bredere plaatje te vertroebelen. Vanuit die bezorgdheid schreef Veerle Schoeters, verpleegkundige en stafmedewerker zorg bij het Wit-Gele Kruis, een open reactie.
In haar brief pleit ze voor meer nuance in het publieke debat en wijst ze op de samenloop van demografische evoluties, onderwijshervormingen, wetswijzigingen en oriëntering die mee verklaren waarom minder jongeren vandaag voor verpleegkunde kiezen of onderweg afhaken. Tegelijk onderstreept ze het belang van een sterk en gestructureerd stagebeleid, met voldoende ondersteuning voor begeleidingsverpleegkundigen. Onderstaand publiceren we haar brief integraal.
Negatieve stages? Niet de volledige verklaring voor daling jonge verpleegkundigen
Door Veerle Schoeters, stafmedewerker zorg Wit-Gele Kruis Antwerpen
“Studenten verpleegkunde haken af door negatieve stage-ervaringen.” Het is een uitspraak die regelmatig de krantenkoppen haalt en de publieke opinie beïnvloedt. Ze bevat een kern van waarheid, maar vertelt niet het volledige verhaal. Wie deze verklaring als enige oorzaak naar voren schuift, miskent een reeks structurele en contextuele factoren die samen de daling van het aantal verpleegkundigen onder de 30 jaar verklaren.
Meer dan stages alleen
Om te beginnen speelt de demografische realiteit een belangrijke rol. Het aantal volwassenen onder de 30 jaar is de afgelopen tien jaar gedaald en Vlaanderen kampt met een omgekeerde bevolkingspiramide1. Simpel gezegd: er zijn minder jonge mensen beschikbaar die überhaupt de stap naar een zorgopleiding kunnen zetten. Dat heeft onvermijdelijk gevolgen voor het aantal actieve jonge verpleegkundigen, los van hun individuele stage-ervaringen.
Daarnaast kende het verpleegkundeonderwijs in 2017 een ingrijpende hervorming. Om te voldoen aan de Europese richtlijnen werd de bacheloropleiding uitgebreid van drie naar vier jaar. Dat leidde in 2018 tot een scherpe daling van het aantal inschrijvingen (ongeveer -36%) en tot een zogenaamd ‘leeg afstudeerjaar’, waarin nauwelijks studenten hun diploma behaalden. De cohorten verpleegkundigen die vandaag jonger zijn dan 30 jaar, behoren grotendeels tot deze hervormde opleiding. Dat werkt nog steeds door in de cijfers.
Sinds 2023 en 2024 is ook het verpleegkundig beroep zelf onderhevig aan belangrijke wettelijke hervormingen, met als ambitie onderwijs en werkveld grondig te moderniseren. Dergelijke veranderingen brengen onvermijdelijk onzekerheid met zich mee, niet alleen voor studenten, maar ook voor opleidingsinstellingen en zorgorganisaties. Bovendien ontbreekt bij sommige scholen in het secundair onderwijs een duidelijke en correcte communicatie over deze hervormingen. Dat complexe samenspel maakt een eenvoudige oorzaak-gevolgrelatie tussen negatieve stages en de daling van jonge verpleegkundigen weinig overtuigend.
Verkeerde verwachtingen en onvoldoende oriëntering
Ook de beeldvorming over de opleiding verpleegkunde speelt een rol. Studenten starten soms met een vertekend beeld van het beroep, waarin noties als ‘roeping’ of een louter verzorgende rol domineren. Daarnaast zijn ze niet altijd voldoende geïnformeerd over de twee opleidingsniveaus: het graduaat en de bachelor verpleegkunde. Het is begrijpelijk dat jongeren het moeilijk vinden om vooraf correct in te schatten welke studiebelasting een opleiding vraagt, welke voorkennis nodig is en welke competenties essentieel zijn om succesvol te starten.
Verpleegkunde op bachelorniveau is een veeleisende opleiding waarin verschillende domeinen samenkomen: diepgaande kennis van anatomie, pathologie en farmacologie, maar ook vaardigheden zoals observeren, analyseren en klinisch redeneren. Die vormen de basis voor veilig en kwaliteitsvol handelen in de patiëntenzorg. Daarbovenop komen belangrijke psychosociale competenties, zoals empathie, communicatie en samenwerking in multidisciplinaire teams binnen een voortdurend evoluerend zorglandschap. Studenten die onvoldoende voorbereid of geïnformeerd starten, ervaren begrijpelijkerwijs meer moeilijkheden en lopen een groter risico op uitval.
Stages: een reële uitdaging
Dat neemt niet weg dat negatieve stage-ervaringen een reëel probleem blijven. Sommige studenten haken onderweg af, vooral wanneer ze onvoldoende begeleiding krijgen. Het lukt hen dan niet om theoretische kennis en aangeleerde vaardigheden effectief te vertalen naar de praktijk. Dat heeft meerdere oorzaken: een hoge werkdruk op de stageafdelingen, waardoor begeleidende verpleegkundigen onvoldoende tijd hebben; een gebrek aan specifieke begeleidingscompetenties bij sommige verpleegkundigen; of zorginstellingen die nog onvoldoende investeren in een gestructureerd stagebeleid.
Naast factoren die samenhangen met de stageplek, spelen ook studentgebonden elementen mee. Studenten die vanuit het secundair onderwijs met beroepsfinaliteit (onderwijskwalificatie 3) tot 2025 rechtstreeks instroomden in de bacheloropleiding, ervaarden vaak een grote niveausprong. Dat verhoogde het risico op uitval. De recente hervorming van het secundair onderwijs moet hier op termijn een antwoord bieden, via betere voorbereiding en een meer geleidelijke overgang.
Werken aan kwaliteit en ondersteuning
Stages die mislopen zullen helaas altijd voorkomen. Het is onmogelijk om permanent te garanderen dat elke student een perfect leertraject doorloopt. Wel is het cruciaal dat studenten de juiste kanalen kennen en gebruiken om problemen aan te kaarten, via stagebegeleiders, leerlingbegeleiding of vertrouwenspersonen.
Tegelijk gebeurt er veel om de kwaliteit van stages te versterken. De voorbije twee jaar werkte de werkgroep Studenten verpleegkunde intensief aan een stagecharter2, dat zorgorganisaties ondersteunt bij het uitbouwen van kwalitatieve stagebegeleiding. Binnen NETWERK VERPLEEGKUNDE zet de werkgroep begeleidingsverpleegkundigen sterk in op het verbinden van onderwijsvernieuwingen en veranderingen in het zorglandschap met de dagelijkse praktijk. Zo krijgen afdelingen concrete handvatten om stages beter te organiseren.
Die werkgroep pleit al jaren voor een uitbreiding van de financiering voor begeleidingsverpleegkundigen in federale zorginstellingen, en voor de invoering van structurele financiering in Vlaamse zorgsettings zoals woonzorgcentra, centra voor geestelijke gezondheidszorg en voorzieningen voor personen met een handicap. Begeleiding vraagt immers tijd, expertise en erkenning.
Nood aan nuance in het debat
Het klopt dat er nog veel werk aan de winkel is. Sensatiegerichte en eenzijdige mediaberichtgeving helpt daarbij niet. Toekomstige verpleegkundigen hebben nood aan degelijk theoretisch onderwijs, realistische verwachtingen en warme, professionele verbindingen met het werkveld. Stages blijven cruciaal voor het ontwikkelen van competenties, zelfvertrouwen en een professionele identiteit. Ze vormen een sleutelmoment in de overgang van student naar professional en bepalen in belangrijke mate de paraatheid voor het werkveld.
Alle verpleegkundigen hebben hierin een rol: door trots en passie voor het vak uit te dragen, door studenten te begeleiden en de kern van het beroep zichtbaar te maken. Media mogen kritisch zijn, maar dragen ook verantwoordelijkheid om genuanceerd en onderbouwd te berichten. Alleen zo kunnen jongeren geïnformeerde keuzes maken, in plaats van zich te laten afschrikken door onheilspellende headlines.
Het debat over het dalend aantal jonge verpleegkundigen vraagt dus nuance. Negatieve stages bestaan en verdienen aandacht, maar ze verklaren niet alles. Demografische evoluties, hervormingen in onderwijs en beroep, betere oriëntering vanuit het secundair onderwijs en sterke begeleiding van studenten spelen minstens evenzeer een rol. Alleen door dat bredere perspectief te erkennen, kunnen onderwijs, zorgsector en beleid gericht blijven investeren in kwalitatieve stages en het behoud van jong talent. Zo bouwen we aan een stabiele, gemotiveerde generatie verpleegkundigen die klaar is voor de uitdagingen van morgen.
Veerle is verbonden aan de Universiteit Antwerpen, masteropleiding verpleeg- en vroedkunde als Academisch assistent en doctoraatstudent UAntwerpen [Centre for research and innovation in Care (CRIC), Workforce Management and Outcom Research in Care (WORC), lid van de werkgroep Begeleidingsverpleegkundigen en van de raad van bestuur van NETWERK VERPLEEGKUNDE, en internationaal lid van commission ‘Transition To Practice’ American Nursing Credentialing Center (ANCC)® sinds 2023.
