Discussie over benaming Waalse verpleegkundeopleiding
Formele brief AUVB
Vanaf september 2026 verdwijnt ook in Wallonië de klassieke HBO5-opleiding verpleegkunde, het zogenaamde ‘brevet infirmier’.
De regering van de Federatie Wallonië-Brussel hervormt de opleiding naar een driejarig traject tot ‘assistant en soins infirmiers’ (AeSI). Dat profiel stemt inhoudelijk overeen met de basisverpleegkundige in Vlaanderen. Daarmee volgt Wallonië het Vlaamse voorbeeld, waar de HBO5-opleiding in 2023 al werd omgevormd tot het graduaat basisverpleegkunde.
De Algemene Unie van Verpleegkundigen van België (AUVB) steunt deze hervorming, maar ziet een aanpassing van de functietitel niet zitten. Er wordt overwogen om, net als in Vlaanderen, de term basisverpleegkundige te gebruiken. In een formele brief aan viceminister-president Valérie Glatigny benadrukt de AUVB dat ze de inhoudelijke hervorming steunt, maar pleit voor het behoud van de wettelijk vastgelegde functietitel ‘assistant en soins infirmiers’.
Raadpleeg hieronder de Nederlandse vertaling van de officiële brief:
Betreft: Bezorgdheid en standpunt van de AUVB over het voornemen om de benaming van het diploma of de beroepstitel van verpleegkundig assistent te wijzigen
Geachte mevrouw de minister,
Met veel enthousiasme hebben wij kennis genomen van de hervorming van de opleiding verpleegkunde die door de regering van de Federatie Wallonië-Brussel is geïnitieerd.
De Algemene Unie van Verpleegkundigen van België (AUVB) staat volledig achter de invoering van de nieuwe opleiding tot verpleegkundig assistent. De reacties die we hebben ontvangen en de nota aan de regering waarin staat dat “de benaming van de functie AeSI – die in tegenstelling tot Vlaanderen, dat heeft gekozen voor basisverpleegkundige, niet het woord verpleegkundige bevat – nog steeds onderwerp van discussie is”, brengen ons er echter toe om het belang van het behoud van de huidige benaming te benadrukken.
Deze titel, die is opgenomen in de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de beroepen in de gezondheidszorg, is het resultaat van een Franstalige consensus waarbij tal van actoren, met name uit de onderwijssector, betrokken waren.
Het is een duidelijke, leesbare en coherente benaming, die geen afbreuk doet aan andere beroepstitels en die bijdraagt tot een verduidelijking van het opleidingsaanbod en de gradatie van de trajecten:
- Niveau 4: zorgassistent,
- Niveau 5: verpleegkundig assistent,
- Niveau 6: verantwoordelijk verpleegkundige algemene zorg.
Deze gradatie, die duidelijk herkenbaar is aan de benaming, introduceert ook het begrip supervisie tussen de verschillende profielen, wat essentieel is voor de veiligheid en de begrijpelijkheid van de zorg.
De AUVB vindt het belangrijk dat elke burger precies kan identificeren welk type zorgverlener voor hem of haar zorgt. Hoewel verpleegkundigen elkaar onderling herkennen, blijft het onderscheid tussen de verschillende profielen voor het grote publiek en voor sommige professionals in de sector onduidelijk. Artsen moeten bijvoorbeeld vanaf het eerste gesprek weten of ze te maken hebben met een verpleegkundige of een verpleegassistent, aangezien de handelingen die ze aan een AESI kunnen voorschrijven niet precies dezelfde zijn als die voor een IRSG. Een duidelijke benaming maakt de beroepen aantrekkelijker, vergemakkelijkt het begrip van de rollen en ondersteunt een coherente taakverdeling.
Een wijziging van de huidige benaming zou de verwarring alleen maar vergroten, zowel voor zorgverleners als voor patiënten, artsen en toekomstige studenten. De LEPSS bepaalt namelijk expliciet dat “de verpleegkundig assistent een beoefenaar van de verpleegkunde is [1]”. Een beoefenaar van de verpleegkunde is niet gelijkgesteld aan een verpleegkundige, aangezien de volledig autonome uitoefening van de verpleegkunde voorbehouden is aan verpleegkundigen die verantwoordelijk zijn voor algemene zorg. De wetgeving bepaalt dat de verpleegassistent grotendeels de verpleegkunde uitoefent, maar niet volledig en niet volledig zelfstandig (ongeveer 20% minder handelingen), en dus geen verpleegkundige is.
Wij bevestigen bovendien dat de invoering van het woord “verpleegkundige” op de eerste plaats in dit diploma of deze beroepstitel contraproductief zou zijn. Dit zou niet alleen verwarring veroorzaken tussen de twee opleidingsniveaus, maar ook onvermijdelijk het debat doen herleven over de verschillen in verantwoordelijkheden en beloning tussen profielen met dezelfde beroepsnaam of titel, wat ten koste zou gaan van de duidelijkheid voor het publiek en voor de praktijk.
De term “verpleegkundig assistent” is juist gekozen omdat deze verwijst naar een beroep met een zekere mate van autonomie dat de verpleegkundige assisteert, en niet naar de verpleegkundige zelf — een fundamenteel verschil dat ook de classificatie van functies in het IFIC-model vergemakkelijkt.
Uit reacties uit de praktijk blijkt dat sommige beroepsbeoefenaars het woord “assistent” associëren met dat van student. Dit wijst in de eerste plaats op de noodzaak van duidelijke communicatie naar de hele sector en de bevolking toe, een noodzaak waaraan de AUVB graag wil bijdragen.
We stellen vast dat andere soortgelijke beroepstitels – zoals ‘psychologieassistent’ of ‘apothekersassistent’ – geen verwarring veroorzaken in andere beroepen die ook in niveaus zijn gestructureerd (psychologie en farmacologie).
We herinneren eraan dat het essentieel is dat verpleegkundigen worden vertegenwoordigd door hun eigen beroepsorganisaties in alle domeinen waar over hen wordt gesproken, en dat ze gehoord kunnen worden.
We zijn ons er natuurlijk van bewust dat deze hervorming voortvloeit uit de invoering in 2023 van de functie van verpleegkundig assistent door de federale minister van Volksgezondheid, de heer Vandenbroucke. Zoals tijdens onze vorige ontmoeting werd vermeld, wil de AUVB als centrale speler in de verpleegsector actief deelnemen aan de reflectie en, indien nodig, aan de werkzaamheden die in het kader van deze hervorming zullen worden ondernomen. Als er een werkgroep wordt opgericht, vragen wij formeel om daarbij betrokken te worden, zodat we onze expertise op het gebied van opleiding, beroepspraktijken en analyse van de behoeften in het veld kunnen inbrengen. Onze bijdrage zou zorgen voor een gezamenlijke aanpak die volledig is afgestemd op de huidige realiteit in de zorg.
In afwachting van uw antwoord, verblijven wij, mevrouw de minister, met vriendelijke groeten.
